Afval is voedsel ...

Hoe zou de wereld eruit zien als we uitsluitend gebouwen en producten zouden maken die geen afval produceren en waarvan de grondstoffen volledig zijn te hergebruiken zonder enig kwaliteitsverlies? Net zoals een boom die groeit en bloeit en aan het einde van zijn levenscyclus  afsterft om weer te dienen als voedsel voor andere planten en dieren.  Stelt u zich eens voor dat we in auto’s rijden of in gebouwen wonen die de lucht zuiveren in plaats van vervuilen? Dat kinderspeelgoed en kleding vrij zouden zijn van schadelijke kankerverwekkende stoffen?  Met deze uitgangspunten bedachten de architect William McDonough en de chemicus Michael Braungart een afvalloze consumptiemaatschappij. Zij noemden dat het ‘Cradle to Cradle’ principe. Van wieg tot wieg betekent dat vrij vertaald ofwel ‘afval is voedsel’.

Afval is voedsel

Afval is voedsel

Het C2C principe is een prachtig concept dat op alles wat we produceren van toepassing kan zijn als we maar echt willen. Wat dacht u bijvoorbeeld van een biologisch afbreekbare verpakkingsmateriaal dat u als voeding voor uw gazon in de tuin kunt verwerken? Het klinkt als het zoveelste groene verhaal. Maar dat is het absoluut niet. De kracht van de samenwerking tussen William McDonough en Michael Braungart is dat ze ook oog hebben voor de financiële kant. Ze begrijpen dat bedrijven  geld moeten verdienen om voort te kunnen bestaan. De kracht van het hele C2C principe is dat er veel geld mee te verdienen valt. Dat is de hoofdreden van het succes. Met dit concept wordt nu al enorm veel geld verdiend. Een productieproces waarbij een stoel bijvoorbeeld eenvoudig uit elkaar is te halen zodat de grondstoffen goed gescheiden kunnen worden heeft ook het voordeel dat hij eenvoudig in elkaar is te zetten. Dat scheelt tijd en dus geld. Nu betalen veel bedrijven enorm veel geld voor het afvoeren of vernietigen van hun restproducten. Afvalwater moet eerst voor miljoenen gezuiverd worden voordat fabrieken het mogen lozen op het oppervlaktewater.

Zo wou het Zwitserse bedrijf Rohner Textil AG een oplossing bedenken voor hun afval probleem. Vele tonnen reststof moesten worden afgevoerd en dat kost miljoenen op jaarbasis. Om kosten te besparen  wilden ze deze restproducten gaan verbranden in hun eigen fabriek. Hiervoor kregen ze geen toestemming van de overheid. Die zag het afval als zwaar chemisch afval. William McDonough en Michael Braungart spraken met de directie en bedachten een nieuw concept. Maak stoffen die volledig biologisch afbreekbaar zijn en geen giftige stoffen meer bevatten en je hebt geen afval probleem meer. Een zoektocht naar biologisch afbreekbare vezels en kleurstoffen begon. Uiteindelijk maakt het bedrijf nu stoffen die volledig voldoen aan het C2C concept. Ze bevatten geen schadelijks stoffen meer en van de restproducten maakt het bedrijf matten die worden gebruikt in de tuinbouw bij de teelt van aardbeien. De matten vergaan langzaam en voorzien  de aardbeien van voedingstoffen. De cirkel is daarmee helemaal rond. Hun afvalwater komt schoner de fabriek uit dan dat het binnenkomt. De fabriek staat in een parkachtige omgeving waarbij planten en dieren het water op een natuurlijke manier zuiveren.

VPRO’s tegenlicht heeft een documentaire “Afval is voedsel” gemaakt waarin dit voorbeeld ook aan bod komt. Echt een aanrader voor een ieder die meer wil weten over dit onderwerp. Wat de C2C gedachte zo bijzonder maakt is dat het zo enorm positief is. Het laat zien dat we helemaal niet met een schuldgevoel hoeven rond te lopen. We kunnen producten maken die de natuur helpen in plaats van dat ze de natuur belasten.

Ik hoor u denken, wat kan ik nu doen? Wat u kunt doen is heel eenvoudig.  Let op de aanschaf van producten of ze voldoen aan het C2C principe. Vraag naar dit soort producten in winkels. Vraag of de grondstoffen recyclebaar zijn. Eis dat producten vrij zijn van chemische giffen. Vraag of de producten biologisch afbreekbaar zijn. Alleen wij kunnen producenten dwingen om te gaan werken volgens het C2C principe door domweg andere producten links te laten liggen. Zij stemmen hun productiemethoden namelijk altijd af op onze vraag. Het vragen en stimuleren van deze ontwikkeling is onze taak als consument.