Tot 2008 ging het allemaal prima. Je had goede en slechte aannemers en als bouwkundige wist je wel welke partijen je wel of niet moest uitnodigen voor een bepaalde klus. Elke aannemer had zijn eigen vaste lijst met onderaannemers. Deze lijst bevatten vaak partijen waarmee het goed werken was. Als je als architect dan een aanbesteding organiseerde en je nodigde 5 a 6 bouwers uit dan kreeg je van 2 of 3 daadwerkelijk een prijs.
Op zich was dat een prima systeem. Het was als adviseur de kunst om de markt goed te kennen zodat je wist welke partijen “honger” hadden. Als een aannemer net een paar grote opdrachten had binnen gehaald dan wist je dat het geen zin had op die aannemer nu ook nog eens te gaan vragen voor jouw klus. Je kreeg of geen prijs of eentje die nergens over ging.
Hoe anders is het nu. Ik heb het idee dat op dit moment de aanbestedingen leiden tot een selectie van de meest slechte partijen die er in de markt te vinden zijn. Je komt bij de aannemer terecht die de grootste cowboys heeft ingehuurd die bereid zijn om enorm diep te gaan. Dat kan niet anders dan dat het ten koste gaat van de kwaliteit. Ik zie dat dan ook terug als ik op de bouw rondloop. Het enige wat nu nog telt is of iemand kan werken binnen de gestelde uren. Of iemand dan ook nog in staat is om een bepaalde kwaliteit af te leveren komt echt op een tweede plaats. Het is de prijs die we betalen voor het huidige aanbestedingssysteem.
We vragen hier als opdrachtgever natuurlijk zelf om. We dwingen, met een aanbesteding, de aannemers om zijn vaste betrouwbare lijsten van onderaannemers los te laten en in zee te gaan met partijen die zijn in 2008 bij, wijze van spreken, nog op hun zwarte lijst hadden staan. Ga je niet in zee met partijen die ver onder de prijs willen werken dan haal je die opdracht gewoon niet binnen. Zo komt de uiteindelijke kwaliteit onder druk te staan. De druk is nu zo hoog dat je jezelf kunt afvragen of de mate waarin je moet inboeten op de kwaliteit nog wel in verhouding staat met het prijsvoordeel die we behalen middels zo’n aanbesteding.
Komende week ga ik het maar eens anders doen. We hebben een luxe vrijstaande woning aanbestedingsgereed maar we denken er nu over om voor onszelf gewoon een rieel bedrag vast te stellen waarmee we tevreden zouden zijn. Dan drie aannemers vragen of ze het hier voor kunnen doen en of ze nog alternatieven zien om e.a. te verbeteren dan wel te bezuinigen. Met de partij die ons het meest aannemelijke voorstel doet vormen we dan een bouwteam. Dit gebeurd wel vaker en is helemaal niet nieuw. Eerder was ik hier niet zo’n voorstander van. Maar gezien de huidige marktsituatie vind ik het wel een mooie tussenvorm.
Je kunt wel prijsafspraken maken op basis van eenheidsprijzen en opslagen maar je laat de aannemer ook nog meedenken in het hele verhaal. Je geeft hem de kans om ook nog een stukje kwaliteit te leveren. Je hebt veel meer inspraak over de onderaannemers die er op de bouw gaan verschijnen. En ik hoop dat het dan ook niet meer zo’n kat en muisspel wordt. Dat als de veter van de uitvoerder knapt of er wat meer toiletpapier doorheen gaat dan begroot dit dan in rekening wordt gebracht als “meerwerk”. Benieuwd hoe ons dit gaat bevallen.





Another great product from Cincopa
Individuele herkenbaarheid… ...
Soms wordt je geconfronteerd met begrippen waar je niks mee kunt. Individuele herkenbaarheid is zo’n begrip waar ik niks mee kon. Ik kwam het vorig jaar voor het eerst tegen toen we bezig waren met het organiseren van het Drachtster Ondernemersplein op de zakenbeurs in Leeuwarden. Wij bleken over het begrip “Individuele herkenbaarheid” niet goed nagedacht te hebben. Het was ook achteraf ons grootste kritiekpunt, naast de totale mislukking van de lampenkappen.
Ik heb er veel over nagedacht. Wat je er mee zou kunnen doen met dat begrip ‘Individuele herkenbaarheid”. Hoe onderscheid je jezelf van een groep? Door een contrast te maken volgens mij. Dat kan op vele manieren. Iets wat afwijkt van de rest valt gewoon op. 10 mooie meiden in een oranje jurkjes tussen een massa lelijke uitgezakte stomdronken supporters vallen op. Het Drachtster Ondernemersplein maakt een duidelijk contrast met de overige 769 deelnemende standhouders door een duidelijke groepspresentatie waarbij heel sober is omgegaan met de inzet van reclame-uitingen.
Het is dus een groepsprestatie waarbij het individuele belang op de tweede plaats is gekomen. Dat is niet iets menselijks. In de dierenwereld is dit de normaalste zaak van de wereld om het belang van de groep boven het eigenbelang te plaatsen zodat je er uiteindelijk persoonlijk ook beter van wordt. Voor mensen is dit een hele lastige opgave. Wij hebben het geduld blijkbaar niet om eerst te investeren in de groep zodat op een later moment de vruchten geplukt kunnen worden. Wij mensen willen ons het liefst direct helemaal volvreten.
Dat blijkt ook nu wel weer met de organisatie van de tweede editie van ons plein. Een aantal deelnemers van vorig jaar haakten af vanwege de “Individuele herkenbaarheid” die wij dus niet voldoende blijken te bieden. Tja hoe val je op in een team met allemaal hetzelfde shirt? Door je loopje? Door je prestaties op het veld? Of moet je de aandacht zien te vangen met reclame uitingen? Voor je het weet ben je een groep van 25 schreeuwende ondernemers die allemaal druk in de weer zijn met hun eigen individuele herkenbaarheid waardoor het contrast met de overige 769 deelnemers is verdwenen. Dan schreeuw je weer vanuit een volledige anonimiteit. Lastige punt dus, ik kwam daar niet echt uit.
Afgelopen donderdag moest ik een presentatie houden in de Hopper tijdens de maandelijkse KlinkedIn. Een soort zakenborrel, ( het is net werken). Afijn ik had besloten om het begrip Individuele herkenbaarheid maar eens aan de kaak te stellen. Ik had een groot reclamebord van mijn eigen bedrijf mee naar de hopper genomen. Dat bord heeft eerst een half uur vreselijk in de weg gestaan. Ik zeulde het ding de hele kroeg door en dat resulteerde in menig verbaasde blik. Alfred kondigde me aan en ik heb een soort van presentatie gehouden over ons nieuwste product. De zogenaamde “Individuele herkenbaarheids banier”.
De eerste twee minuten van mijn presentatie keek iedereen eigenlijk alleen maar verbaasd. Sommigen hadden oprecht medelijden met mij. Ik stond me echt vreselijk aan te stellen en was enorm onhandig aan het stuntelen met dat grote reclamebord. Stootte de microfoon bijna om, hield het bord op de kop, verschool mij erachter kortom het kwam nogal chaotisch over. Ondertussen vertelde ik mijn verhaal over de individuele herkenbaarheid en wat we daar als oplossing voor hadden bedacht: “De draagbare individuele herkenbaarheids banier”. Ofwel de mensen een groot reclamebord mee laten zeulen met de daarop de boodschappen waarvan zijzelf het idee hebben dat anderen daar op zitten te wachten.
Toen ik vertelde dat je het bord ook heel goed kon gebruiken om een gesprek te interrumperen door het eenvoudig weg tussen de twee gesprekspartners in te schuiven zag ik één voor één de kwartjes vallen en kwamen er glimlachjes op de monden. Ik hoop nu dus bevrijd te zijn van dat akelige begrip “individuele herkenbaarheid”. Maar dat zal vast wel van niet.
Ik heb me prima vermaakt in ieder geval. Wat ikzelf het leukste vond om te horen na mijn kleine act was dat eigenlijk niemand mij kon vertellen welke reclame boodschap er op dat grote reclamebord van mij stond vermeld. Het was toch een banier van 80cm bij 175cm. Niet klein dus. Dus wat heel veel ondernemers graag willen, breed uitpakken met reclame uitingen, werkt niet eens. Dat gaf me weer energie om vast te blijven houden aan ons concept. Het gaat om de menselijke interactie en niet om de reclameboodschappen. Gelukkig maar.
Reacties gesloten